Voor dit artikel spraken we met Leen Vervoort en Ine Deroo, projectcoördinatoren Boerennatuur Vlaanderen.
“Het doel van Randenrijk is het aanleggen van bloeiende akkerranden die natuurlijke plaagbestrijders aantrekken”, vertelt Ine Deroo. “Zo versterken we de functionele agrobiodiversiteit en verminderen we de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen.”
Binnen het project zijn bloemenranden aangelegd langs drie teelten die kenmerkend zijn voor de regio: uien, suikerbieten en granen. De bloemenmengsels zijn zorgvuldig samengesteld en afgestemd op de aanpalende teelt. “We kiezen bewust voor inheemse soorten met open bloemen, zoals duizendblad, korenbloemen en schermbloemen”, legt Leen Vervoort uit. “Die zijn ideaal voor insecten zoals zweefvliegen, gaasvliegen en lieveheersbeestjes, de natuurlijke vijanden van bladluizen en trips. Daarnaast zorgen we dat de bloemenmengsels een lange bloeiperiode kennen, van het voorjaar tot laat in de zomer. Zo worden nuttige insecten niet alleen aangetrokken, maar voor langere tijd vastgehouden in en rond het perceel.”
Monitoring en leren in de praktijk
Een essentieel onderdeel van Randenrijk is monitoring, uitgevoerd door Felix Wäckers van Biobest samen met de betrokken landbouwers. In de percelen en bloemenranden worden zowel plaaginsecten als nuttige soorten opgevolgd. Daarbij wordt gekeken naar soortensamenstelling, populatieontwikkeling, onkruidbeheer en het effect van beheermaatregelen.
Deze aanpak levert kennis en nieuwe inzichten op. “Landbouwers leren hun percelen anders lezen. Ze kijken niet alleen naar plagen, maar leren ook hoe ze nuttige insecten kunnen herkennen. Dat geeft vertrouwen in deze aanpak.”
Zichtbare resultaten in het veld
Binnen het project is praktische ervaring opgedaan met de inzet van de bloemenranden en de resultaten waren positief. Een concreet voorbeeld van zo’n proef werd afgelopen zomer uitgevoerd, waarbij een perceel met uien werd opgedeeld in twee delen. Langs de ene helft van de akker werd een bloemenrand aangelegd en werden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt. De andere helft werd op een conventionele wijze verbouwd. Ondanks een hoge plaagdruk bleven de plagen in het niet-bespoten deel onder controle. “Dat verschil was zichtbaar”, zegt Vervoort. “De uien zonder insecticiden herstelden beter, terwijl in het bespoten deel ook de nuttige insecten verdwenen.”
In de praktijk betekende dit twee bespaarde spuitbeurten, zonder opbrengstverlies. Ook bij suikerbieten en granen werd actief gemonitord. Soms bleek ingrijpen nodig, maar structureel werd duidelijk dat bloemenranden helpen om plagen langer onder de schadedrempel te houden. De bloemenranden hoeven bovendien niet breed te zijn. “Met een rand van drie meter bereik je al een effect tot vijftig meter het perceel in”, legt Deroo uit. Het onderhoud is beperkt tot maaien en afvoeren, meestal één keer per jaar.
Blik vooruit
De ambitie is duidelijk: laten zien dat deze aanpak werkt en opschaalbaar is. Steeds meer landbouwers tonen interesse om het zelf te proberen. Vervoort: “Je hoeft niet meteen alles om te gooien Probeer het op één perceel en ervaar zelf wat het oplevert.” Boerennatuur Vlaanderen nodigt geïnteresseerde landbouwers uit om zich te melden en begeleidt hen graag bij de eerste stappen.